Ontlastingsklachten

Ontlastingsklachten zijn klachten met het ophouden van ontlasting of juist met het lozen van ontlasting. Voor continentie gebruiken we vaak de volgende definitie:"Het op een zelf gekozen plaats en zelf gekozen tijdstip lozen van ontlasting". Dat betekent dat men moet kunnen ophouden tot aan een zelfgekozen tijdstip waarop men wil ontlasten en ook tot men de zelfgekozen plaats heeft bereikt. Op dit tijdstip en op deze plaats moet men dan in staat zijn de ontlasting te kunnen lozen.

Kan men de ontlasting niet goed ophouden, dan spreekt men over ontlastingsverlies of over fecale incontinentie. Wanneer men de ontlasting niet kan lozen, spreekt men over obstipatie.
Obstipatie en paradoxaal persgedrag kunnen leiden tot pijn tijdens het ontlasten.

Fecale incontinentie / ontlastingsverlies

Verlies van ontlasting is een vervelende en sociaal beperkende klacht. Het niet goed functioneren van de bekkenbodemspieren kan één van de redenen zijn waarom men ontlasting verliest. Wanneer de bekkenbodemspieren niet in staat zijn de darm af te sluiten, wordt ontlasting verloren.
Daarnaast is de samenstelling van de ontlasting belangrijk. Hoe dunner de ontlasting, des te moeilijker deze op te houden is. Maar ook obstipatie kan op den duur tot ontlastingsverlies leiden.
Ook bij deze klacht is het toiletgedrag belangrijk.

Daarom kan de bekkenfysiotherapeut u helpen bij het verbeteren van het ontlastingsverlies. Zij werkt met u aan het verbeteren van het functioneren van de bekkenbodemspieren en van het toiletgedrag. Ook bespreekt zij de samenstelling van de ontlasting en overlegt met de arts of medicijnen om de ontlasting in te dikken een oplossing zijn. Ook kan ze met de arts of met de continentieverpleegkundige overleggen of andere methodes bijvoorbeeld, darmspoelen, opvangmateriaal of een anale tampon, kunnen bijdragen aan het verbeteren van het ontlastingsverlies.

De bekkenfysiotherapeut kan het oefenen van de bekkenbodemspieren ondersteunen met het gebruiken van de myofeedback (link), de drukfeedback (link) of de rectale ballon (link). Indien de bekkenbodemspieren erg zwak zijn, kan elektrostimulatie (link) worden toegepast.

Een aparte vorm van fecale incontinentie is het verlies van windjes. Ook dit kan liggen aan het functioneren van de bekkenbodemspieren. De bekkenfysiotherapeut leert u in dit geval de bekkenbodemspieren op de juiste manier op het juiste tijdstip aan te spannen.

Obstipatie / verstopping

Obstipatie betekent dat men moeilijk ontlasting kan lozen. Het kan zijn dat de oorzaak in de darm ligt, een traag werkende darm, maar ook dat door het niet goed kunnen ontspannen van de bekkenbodemspieren de  darm niet optimaal geopend kan worden.
Ook bij obstipatie is de samenstelling van de ontlasting weer belangrijk. Hoe harder de ontlasting, des te moeilijker is deze te lozen. Ook bij obstipatie is het toiletgedrag belangrijk.
Veel mensen persen tijdens het ontlasten paradoxaal. Dat wil zeggen dat ze willen ontlasten door druk te geven maar tegelijkertijd hun bekkenbodemspieren aanspannen en daarmee hun darm afsluiten.

We praten over obstipatie wanneer men minder dan drie keer week ontlasting heeft, de ontlasting manueel moet ondersteunen en men in meer dan een kwart van de gevallen moet persen, harde ontlasting heeft, niet het gevoel heeft leeg te zijn na toiletgang of het gevoel heeft van een anale blokkade.

De bekkenfysiotherapeut zal u leren op de juiste wijze te ontlasten door een goede perstechniek aan te leren waarbij de bekkenbodemspieren ontspannen. Het kan nodig zijn dat men eerst leert hoe men de bekkenbodemspieren kan ontspannen. Indien nodig overlegt zij met de arts over laxantia.

De bekkenfysiotherapeut kan het oefenen van de bekkenbodemspieren ondersteunen met het gebruiken van de myofeedback (link), de drukfeedback (link) of de rectale ballon (link).
Naast het oefenen van de bekkenbodemspieren kan de bekkenfysiotherapeut de darmwerking beïnvloeden door buikmassage of elektrostimulatie op de zenuwen van de darm. Ook dit zijn bewezen effectieve therapieën.

Pijn bij het ontlasten

Pijn tijdens het ontlasten kan ontstaan door harde ontlasting. Wanneer harde ontlasting de anus moet passeren kan dit een schrijnend en brandend gevoel geven. Er kunnen kloofjes ontstaan. Deze doen pijn wanneer ze ontstaan maar ook bij een volgende stoelgang omdat de kloofjes dan vaak weer open springen.
Ook paradoxaal toiletgedrag kan de oorzaak zijn van pijn tijdens het ontlasten.
De bekkenbodemspieren ontspannen niet, in tegendeel, ze spannen juist aan en toch wordt er geperst om de ontlasting te lozen. Het persen van ontlasting door een niet genoeg ontspannende anus kan pijn geven. Ook hierbij kunnen kloofjes ontstaan.
De oplossing ligt in het zachter maken van de ontlasting en het verbeteren van het toiletgedrag (link). Hierbij kan de bekkenfysiotherapeut u helpen.

Fecale urgency / drang op de ontlasting

Drang op de ontlasting betekent dat er vaak drang op de ontlasting ontstaat. Dit kan loze drang zijn of drang waarbij men steeds kleine porties ontlasting loost. De oorzaken kunnen zijn:
  • Diarree: bij diarree ontstaat altijd een heftige drang op de ontlasting. Dit ligt aan de prikkelende stoffen die in de diarree zitten.
  • Een te gespannen bekkenbodem: een te gespannen bekkenbodem reageert niet goed op de signalen van de darm en geeft vaak drang.
  • Een beschadigde bekkenbodem: wanneer een deel van de bekkenbodem beschadigd is en niet meer optimaal kan functioneren, wordt de kracht van de bekkenbodem om de darm af te sluiten minder en de drang als heftiger ervaren.
  • Een te zwakke bodem kan de darm minder goed afsluiten maar, belangrijker nog, de bekkenorganen niet goed ondersteunen. Hierdoor ontstaat een zogeheten perineal descent: de organen zakken en masse naar beneden en geven een gevoel van veel druk. Door sommige mensen ervaren deze druk als drang.
  • Een enterocèle / verzakking van de dunne darm kan loze drang geven door de voortdurende druk die deze geeft op de anus of de bekkenbodem.
De bekkenfysiotherapeut onderzoekt eerst de oorzaak van de drang. Wanneer deze in het functioneren van de bekkenbodemspieren ligt, zal ze deze met u oefenen. Indien het aan de samenstelling van de ontlasting ligt, zal ze met de arts overleggen over medicijnen de ontlasting in te dikken.

Vaak ontlasten

Vaak ontlasten betekent dat men vaker dan twee keer per dag moet ontlasten. De oorzaak kan liggen in het functioneren van de darm , in het functioneren van de bekkenbodemspieren of in een combinatie van beide.
  • Een erg gevoelige darm is niet in staat de ontlasting langere tijd op te slaan. Daardoor moet men meermaals per dag ontlasten.
  • Bij onvolledige lediging, het niet lozen van de volledige portie ontlasting, ontstaat er snel weer opnieuw drang. Dit ligt vaak aan het niet volledig of het niet lang genoeg ontspannen van de bekkenbodemspieren of aan het toiletgedrag
  • Na darmoperaties is de darm erg gevoelig en moet opnieuw leren ontlasting vast te kunnen houden.

Vooral na grote darmoperaties is dit een zeer bekend verschijnsel; mensen moeten dan vaak zelfs meermaals per uur ontlasten. In de weken na de operatie zal dit langzaam verbeteren.

Indien de oorzaak van het vaak moeten ontlasten in het functioneren van de bekkenspieren of aan het toiletgedrag ligt, kan de bekkenfysiotherapeut u helpen dit probleem op te lossen.
Ook na grote darmoperaties kan begeleiding door de bekkenfysiotherapeut u helpen sneller controle over uw darm te herwinnen.
Bij gevoelige darmen kunnen ontspanningsoefeningen voor het hele lichaam en specifiek de buik en de bekkenbodem effectief zijn.

Moeizaam ontlasten

Moeizaam ontlasten heeft vaak te maken met het toiletgedrag, met de tijd die men zich gunt / geeft om te ontlasten of met de samenstelling van de ontlasting:

  • Harde ontlasting is moeilijk te lozen
  • Toiletgedrag: te vlug willen ontlasten leidt tot onvoldoende ontspanning in de bekkenbodemspieren waardoor de ontlasting moeilijk het anale kanaal en de anus kan passeren
  • Toilethouding heeft te maken de houding waarin men ontlast. De houding moet zodanig zijn dat de darm in een gunstige positie staat en de ontlasting bij wijze van spreken makkelijk naar beneden kan glijden. Dit betekent rechtop zitten met een lichte bolle onderrug. Bij te veel naar voren of te veel naar achteren leunen, brengt men de darm in een ongunstige positie om te lozen.
  • Toiletregime: men kan het beste ontlasten wanneer men drang heeft. Het uitstellen van de stoelgang leidt tot afname van de drang. Wil men dan toch ontlasten dan kan dit alleen door veel buikdruk te geven, geen goede manier van ontlasten.

De bekkenfysiotherapeut leert u een goed toiletgedrag aan. Ook kijkt zij naar de voorwaarden voor een goed toiletgedrag (link): is men in staat de bekkenbodemspieren te ontspannen en kan men op de juiste wijze persen. Indien de ontlasting erg hard is, zal zij met de arts overleggen over laxantia.