Uit recente literatuur blijkt dat bekkenfysiotherapie rondom deze operatie effectief is om de ernst van het urineverlies te verminderen en de duur van het urineverlies te verkorten. Bekkenfysiotherapie kan ook effectief zijn bij erectiestoornissen wanneer de bekkenbodemdisfunctie mede oorzaak is van het erectieprobleem.

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat de bekkenfysiotherapie het beste vóór de operatie (preoperatief) gestart kan worden. Vóór de operatie is er immers nog geen schade ontstaan aan de spieren en de zenuwen en kan men de bekkenbodemspieren het beste leren voelen en gebruiken.
Vóór de operatie wordt gewerkt aan:
  • Bewustwording van de bekkenbodem
  • Bewustwording van de buikdruk
  • Optimaliseren van de bekkenbodemspierfunctie
  • Optimaliseren van het toiletgedrag
Na de operatie (postoperatief) kan al snel na het verwijderen van de katheter gestart worden met oefeningen. Door de operatie is er mogelijk schade ontstaan aan de spieren en de zenuwen. Daardoor kan het gevoel in en rond de bekkenbodem veranderd zijn. De inwendige sluitspier van de blaas is om technische redenen tijdens de operatie verwijderd. Dat betekent dat de balans in het continentiemechanisme (tijdelijk) is verstoord. Mannen moeten dan leren hun bekkenbodemspieren in te zetten op momenten dat de buikdruk toeneemt zodat ze daarmee hun plasbuis afsluiten en geen urine verliezen.